Reactie op persconferentie van Mevr. Sihame El KAOUAKIBI

Aangezien de persconferentie in belangrijke mate gericht was op het door i-Force opgemaakte audit rapport, wensen we via deze weg een korte reactie te geven op een aantal punten die door de heer Vande Lanotte werden aangehaald m.b.t. ons rapport.

Ten eerste wensen we te verduidelijken dat we er, gelet op het mogelijke reputatierisico van de VZW en de betrokkene, alles aan gedaan hebben om de vertrouwelijkheid van het rapport te garanderen. Het kan dan ook niet aan i-Force worden verweten dat delen van het rapport in de openbaarheid zijn gekomen, dat bepaalde vaststellingen uit hun context werden gehaald en dat allerhande insinuaties werden geformuleerd in de media.

Ten tweede wensen we met klem te ontkennen dat we moedwillig feitelijke onjuistheden in het rapport zouden opgenomen hebben om de zaak “op te blazen”.

Meester Vande Lanotte hekelt de opname van doorgestorte bedragen als uitgaven. Hij vermeldt op de slide : “doorstorten verkeerdelijk ontvangen betalingen worden door i-Force ten onrechte als uitgaven beschouwd (115K excl Btw).”

In ons verslag wordt enkel vastgesteld dat deze bedragen “naar de bankrekening van LGU worden overgeschreven. LGU schrijft op haar beurt deze bedragen over naar de bankrekening van WANNAWORK. Het is onduidelijk waarom deze bedragen aanvankelijk naar LGU werden overgeschreven”. 

i-Force beschouwt deze betalingen helemaal niet als uitgaven maar neemt deze wel op in het verslag om aan te tonen dat er een verwevenheid is tussen de VZW en de verschillende vennootschappen van mevrouw EL KAOUAKIBI waardoor 4 verschillende partijen naar de foutieve begunstigde, in casu de VZW, bedragen overschrijven. Indien er terugbetalingen zijn gebeurd werden deze tevens transparant in ons rapport opgenomen.

Wij opteerden voor bedragen inclusief BTW. Enerzijds omwille van het feit dat i-Force de analyse heeft uitgevoerd op basis van de bankbewegingen en niet op basis van de facturatiestroom. Dit omwille van de zoals zelf aangegeven slordige boekhouding en het feit dat stukken van de boekhouding niet beschikbaar waren. Anderzijds omdat de bedragen inclusief BTW een correcter beeld geven omwille van de mogelijks verschillende BTW-stelsels die van toepassing kunnen zijn.

Ten derde hebben we in onze audit op basis van de ons ter beschikking gestelde informatie niet kunnen besluiten of er wel of niet sprake zou zijn geweest van persoonlijke verrijking. Zo kregen we geen volledige inzage in de activiteiten en de administratie van de betrokken vennootschappen, waardoor we geen uitspraak konden doen over de prestaties die t.o.v. betalingen stonden.

Tot slot wensen we ons te onthouden van verdere commentaar over deze zaak. Het is aan de bevoegde overheids-en gerechtelijke instanties om deze zaak verder uit te klaren.